LogoJouwdoel def

Iedereen doet wat nodig lijkt. Waarom komt de verandering dan niet verder?

Ik maak zichtbaar wat onder de oppervlakte meespeelt en vertaal dat naar heldere keuzes, eigenaarschap en een verandering die wél werkt.

Waarom verandering vastloopt terwijl iedereen het juiste probeert te doen

Complexe veranderingen lopen zelden vast door een gebrek aan kennis, inzet of ambitie. De mensen zijn betrokken, de plannen zijn doordacht en iedereen werkt hard. Toch blijft de organisatie als geheel achter bij de bedoeling.

Dat gebeurt wanneer strategie, besluitvorming, inrichting en dagelijks handelen langzaam uit elkaar gaan lopen. Niet spectaculair en meestal ook niet bewust. Het ontstaat in kleine verschuivingen: een besluit dat wordt uitgesteld, een verantwoordelijkheid die tussen twee rollen blijft hangen of een verschil van inzicht dat niet wordt uitgesproken.

Op papier loopt alles door. In de praktijk neemt de beweging af.

Het zichtbare probleem is zelden het hele probleem

Wanneer een verandering vertraagt, volgt vaak een herkenbare reactie. Er komt een strakkere planning, een extra overleg, een nieuwe rapportage of een duidelijker escalatieproces.

Soms helpt dat. Vaker wordt vooral beter georganiseerd wat al niet werkte.

Achter een gebrek aan voortgang kan iets anders schuilgaan:

  • bestuur en uitvoering hanteren verschillende beelden van de opgave;
  • besluiten worden formeel genomen, maar informeel niet gedragen;
  • verantwoordelijkheden zijn verdeeld zonder passend mandaat;
  • meerdere programma’s doen een beroep op dezelfde mensen en middelen;
  • tegengestelde belangen worden vertaald naar een discussie over inhoud;
  • risico’s worden doorgeschoven omdat niemand ze expliciet wil accepteren;
  • de ambitie blijft breed, terwijl prioriteiten onvoldoende worden gekozen.

Het zichtbare probleem vraagt dan om meer dan een procesingreep. Eerst moet duidelijk worden welk patroon de vertraging in stand houdt.

Betekenis verdwijnt niet plotseling, maar sluipt weg.

Organisaties doen wat hun inrichting mogelijk maakt

Gedrag ontstaat nooit helemaal los van de omgeving. Mensen reageren op wat wordt gevraagd, beloond, toegestaan of juist vermeden.

Een programmamanager kan verantwoordelijk worden gehouden voor resultaat, terwijl besluiten elders worden genomen. Een managementteam kan eigenaarschap verwachten, maar tegelijkertijd weinig ruimte laten om zelfstandig te kiezen. Professionals kunnen worden aangesproken op samenwerking, terwijl financiering, planning en beoordeling hen ieder een andere kant op sturen.

Dan is het te eenvoudig om het probleem toe te schrijven aan weerstand, houding of communicatie. De organisatie laat vaak precies het gedrag zien dat haar inrichting oproept.

Systemisch kijken betekent daarom dat we niet alleen naar mensen of afzonderlijke processen kijken. We onderzoeken de wisselwerking tussen:

  • strategie en prioriteiten;
  • formele en informele besluitvorming;
  • rollen, verantwoordelijkheden en mandaten;
  • belangen en afhankelijkheden;
  • financiering en capaciteit;
  • leiderschap en professioneel gedrag;
  • programma’s, projecten en lijnorganisatie;
  • wat officieel wordt gezegd en wat feitelijk wordt gedaan.

Daar wordt zichtbaar waarom een logisch besluit in de praktijk toch weinig effect heeft.

Wat niet wordt uitgesproken, stuurt wel mee

In veel managementteams zijn de inhoudelijke argumenten helder. De echte verschillen zitten vaak ergens anders.

De ene bestuurder wil tempo maken. Een ander wil eerst de risico’s beheersen. Een manager verdedigt de uitvoerbaarheid voor zijn mensen. Een programmaleider bewaakt de samenhang van de verandering. Iedereen redeneert logisch vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid.

Wanneer die verschillende afwegingen niet expliciet op tafel komen, ontstaat schijnbare overeenstemming. Het besluit wordt genomen, iedereen knikt en enkele weken later ligt hetzelfde onderwerp opnieuw ter bespreking.

Formeel is er besloten. Bestuurlijk is het vraagstuk nog niet verwerkt.

Daarom kan een gesprek van een uur uiteindelijk sneller zijn dan een besluit van tien minuten. Voorwaarde is wel dat het gesprek gaat over de werkelijke verschillen, belangen en consequenties. Anders hebben we alleen langer vergaderd. Daar is de gemiddelde organisatie al behoorlijk bedreven in.

Weerstand bevat informatie

Weerstand wordt al snel gezien als iets wat moet worden weggenomen. Dat is begrijpelijk wanneer tijd en voortgang onder druk staan. Toch is weerstand niet automatisch tegenwerking.

Soms beschermt iemand waardevolle kennis of kwaliteit. Soms is de bedoeling van de verandering onvoldoende helder. Soms past wat gevraagd wordt niet bij de beschikbare capaciteit. En soms voelt een besluit onrechtvaardig omdat de gevolgen vooral bij anderen worden neergelegd.

Dat maakt alle weerstand nog niet terecht. Het betekent wel dat zij onderzocht moet worden voordat zij wordt bestreden.

De relevante vragen zijn:

  • Waar maakt iemand zich werkelijk zorgen over?
  • Welke waarde of kwaliteit probeert deze persoon te beschermen?
  • Welk risico wordt gezien dat nog niet bestuurlijk is afgewogen?
  • Is de spanning inhoudelijk, organisatorisch of relationeel?
  • Wat vraagt om aanpassing en waar moet leiderschap juist duidelijk positie kiezen?

Door die informatie serieus te nemen, ontstaat een beter besluit. Daarna mag ook helder worden wat vaststaat en wat van mensen wordt verwacht.

Wat je structureel ontwijkt, wordt cultureel normaal.

Van inzicht naar bestuurlijke keuzes

Een scherpe analyse is pas waardevol wanneer zij gevolgen krijgt voor de manier waarop de organisatie werkt.

Ik vertaal patronen daarom naar concrete bestuurlijke vragen:

  • Wat is de kern van de opgave?
  • Welke resultaten zijn werkelijk prioritair?
  • Welke keuzes kunnen niet langer naast elkaar blijven bestaan?
  • Wie moet waarover besluiten?
  • Welk mandaat en welke informatie zijn daarvoor nodig?
  • Welke afhankelijkheden bepalen de haalbaarheid?
  • Welke risico’s accepteren we bewust?
  • Wat moet stoppen, wachten of anders worden georganiseerd?
  • Hoe verbinden we besluitvorming aan uitvoering en voortgang?

De uitkomst kan leiden tot een andere governance, scherpere prioriteiten, een aangepast programmaontwerp of duidelijker eigenaarschap. Soms is een stevig MT-gesprek voldoende. Soms vraagt de situatie om tijdelijke regie om de verandering opnieuw bestuurbaar te maken.

De interventie volgt uit het vraagstuk. Niet uit een standaardmodel dat toevallig nog in de la lag.

Hoe ik werk

1. Kijken zonder te snel te verklaren

Ik begin bij de concrete praktijk. Wat gebeurt er werkelijk? Welke besluiten keren terug? Waar ontstaan vertraging en herstelwerk? Welke formele afspraken werken anders dan bedoeld?

Daarbij spreek ik met sleutelpersonen en bestudeer ik relevante plannen, rollen en besluitvorming. Niet om maandenlang onderzoek te doen, maar om het patroon achter de losse gebeurtenissen zichtbaar te maken.

2. Verschillen expliciet maken

Vervolgens breng ik uiteenlopende beelden, belangen en aannames bij elkaar. Niet ieder verschil hoeft te worden opgelost. Het moet wel zichtbaar zijn voordat een bestuur of MT een bewuste keuze kan maken.

3. De bestuurlijke kern terugbrengen

Complexiteit wordt hanteerbaar wanneer duidelijk is welke keuzes werkelijk voorliggen. Ik vertaal de analyse naar scenario’s, consequenties, risico’s en besluiten.

4. Inrichting en uitvoering verbinden

Waar nodig help ik rollen, mandaten, overlegstructuren en sturing opnieuw in te richten. Ik bewaak daarbij de aansluiting tussen bestuurlijke ambitie en de mensen die haar moeten uitvoeren.

5. Eigenaarschap beleggen

Tijdelijke regie heeft alleen waarde wanneer de organisatie daarna zelf verder kan. Daarom maak ik vanaf het begin duidelijk waar verantwoordelijkheden uiteindelijk moeten landen en wat daarvoor nodig is.

Wanneer deze manier van werken waarde toevoegt

Deze aanpak past bij organisaties die merken dat:

  • een strategisch vraagstuk ondanks eerdere besluiten blijft terugkomen;
  • een verandering veel activiteit oplevert, maar weinig gezamenlijke voortgang;
  • verantwoordelijkheden en mandaten niet goed op elkaar aansluiten;
  • samenwerking in bestuur of MT onder druk komt te staan;
  • programma’s en lijnorganisatie elkaar onvoldoende versterken;
  • de formele governance niet overeenkomt met de dagelijkse praktijk;
  • een transformatie opnieuw moet worden geordend of bestuurd.

Mijn bijdrage is het grootst wanneer er ruimte is om eerlijk te onderzoeken wat de vertraging veroorzaakt én bereidheid bestaat om daar consequenties aan te verbinden.

Dat betekent niet dat iedereen het met elkaar eens moet worden. Wel dat verschillen zichtbaar worden, keuzes expliciet zijn en duidelijk is wie verantwoordelijkheid neemt.

Over Bob Konings

Ik werk ruim twintig jaar aan complexe veranderopgaven binnen publieke organisaties, infrastructuur, financiële dienstverlening en energie.

Daarbij vervul ik verschillende rollen: interim-manager, programmaregisseur, transformatiearchitect en adviseur. Die ervaring combineer ik met systemisch werken en filosofische verdieping.

Daardoor kijk ik zowel naar de bestuurlijke en organisatorische inrichting als naar de overtuigingen, relaties en patronen die bepalen hoe die inrichting in de praktijk functioneert.

Mijn stijl is rustig en direct. Ik maak complexiteit begrijpelijk zonder haar kleiner te maken dan zij is. Ik verbind perspectieven, maar vermijd niet de keuze wanneer richting nodig is.

Van bestuurlijke mist naar werkbare sturing

Wanneer een vraagstuk blijft terugkomen, is dat meestal geen toeval. Het laat zien dat een relevante keuze, spanning of afhankelijkheid nog onvoldoende is verwerkt.

In een eerste gesprek onderzoeken we wat er zichtbaar speelt, wat daar mogelijk onder ligt en welke interventie passend is.

Leiderschap begint waar je niet meer kunt wijzen.

© 2024 Jouw Doel